woensdag 7 maart 2012

Op de gang


foto: www.martijncrowe.blogspot.com
Als ik over de gang loop in het verzorgingshuis word ik aangesproken door een mevrouw. Voor ik het goed en wel in de gaten heb, deelt zij met mij een aantal persoonlijke zaken uit haar leven. Ik voel mij wat overvallen, zoals dat ook kan gebeuren in de trein., als een wildvreemde spontaan ervaringen met mij deelt. En soms ook nog vraagt wat ik er van vind en ik denk 'Hoe kom ik hier weg?'

Maar vandaag op de gang, met deze mevrouw, heb ik dat niet. Als ik de fragmenten van haar leven hoor, vraag ik mij af hoeveel daarvan bekend is aan degenen die haar helpen en verzorgen. Gezien de snelheid waarmee ze haar verhalen met mij deelt is het waarschijnlijk dat iedereen het weet.

Wat zal er met de kennis gedaan worden? Heeft het een plaats in gesprekken met haar? Is er gelegenheid om ook eens verder te praten over lief en leed met iemand die het verhaal al kent? Is er iemand die niet eerst hoeft te vragen naar de oppervlakkige details, maar met haar kan gaan naar de betekenis ervan, onder de oppervlakte?

Wat doen we in het Zorgleefplan met de geschiedenissen van mensen? Wat is nodig om te weten? Wat bepaalt welke vragen en wensen een mens heeft in het hier en nu? De afgelopen weken werkte ik met verzorgenden aan het maken van “typeringen”. Wie is de cliënt? Wat past bij hem of haar? Hoeveel komt er in te staan van de persoonlijke geschiedenissen?

Ik houd ervan hierover met verzorgende te spreken., om samen te kijken naar een manier om verhalen samen te vatten en vorm te geven zodat ze in de zorg benut kunnen worden.
Ik houd van fotoboeken met (oude) mensen. Ik heb er een met als titel: “Luisteren met je ogen.” Dat is toch een fantastische titel.

Gisteren bracht de post een nieuwe variant. “Wat ik later wilde worden”. Ouderen gefotografeerd in de kleding van het vak/beroep dat zij misschien wel hadden gewild, maar wat niet kon omdat… Een vrolijk uitziend boek, waarin op een bijna luchtige manier ook het gemis in een geschiedenis, de spijt, het 'net niet' aan bod komt.

Kunnen we dat een plek geven in een zorgleefplan? En wat doen we daar dan morgen mee als we iemand helpen met het klaar maken van een boterham?

Jon Derksen

6 opmerkingen:

  1. Beste Jon,

    Je hebt een goede omschrijving geschreven in je blog waarom ik de regulier zorg vaarwel heb gezegd. De nadruk tegenwoordig in de reguliere zorg wordt te veel gelegd op kennis. Het zorgleefplan is een doel op zich geworden. Verzorgende worden geschoold om maar een zo mooi mogelijk zorgleefplan in elkaar te draaien. Veel tijd zitten in het kantoor en complimenten krijgen als het zorgleefplan of zorgdossier op orde is. Onder tussen zitten vaak de ouderen met een geheugen probleem in een huiskamer suf te wezen van medicatie. Is luisteren met je gevoel niet beter dan luisteren met je hoofd? Is een arm om iemands schouder niet beter dan twee handen op het toetsenbord? De foto op je blog zegt genoeg. Twee handen die elkaar net niet raken. Een foto van een arm om een schouder was mooier geweest.

    groet Peter

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hallo Peter,

    Dank je voor je bijdrage. Vragen die bij ons bovenkomen: 'Wat doe je nu, nu je de zorg vaarwel hebt gezegd?' 'Denk of voel je ruimte om de zorg en de systemen daarbinnen in beweging te brengen' En natuurlijk: Stuur ons een foto die voor jou deze beweging symboliseert.

    Als ik het goed begrijp is deze foto voor jou een stilstaand gegeven: Twee mensen die elkaar niet raken en niet zullen raken. Voor ons is de foto een moment uit de beweging die we willen maken: Twee handen, Mensen, op weg naar elkaar! Dat past bij ons motto: Tegen de onverschilligheid. We vinden het leuk, wanneer je mee doet de beweging die we maken: aan het contact maken en houden, aan het verbinden van hoofd en hart.

    Groeten van Sabya en Jon

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Beste Sabya en Jon,

    Antwoord op je vraag. Ik heb de reguliere zorg vaarwel gezegd niet de zorg. Samen met mijn vrouw kunnen we niet de hele wereld veranderen maar voor 15 mensen met een geheugenstoornis kunnen we toch een verschil maken. Wij hebben dus werk gemaakt van onze onvrede over de reguliere zorg door een woonproject te gaan starten. We gaan er zelfs bij wonen. Samen met een hoop personeel er voor zorgen dat mensen hun leven kunnen voortzetten zoals ze dat gewend waren. Gewoon even anders tegen zorg aan kijken. Een voorbeeld is: mensen met een dementie lopen niet weg maar gaan ergens heen. Aan ons de taak om dan even mee te lopen en te begeleiden. Je kunt echt van alles opschrijven in een zorgleefplan en er zijn veel mensen die dit doorontwikkelen in een nog mooier zorgplan. Het is maar goed dat tegenwoordig vaak veel met de computer gewerkt wordt want anders waren we naar twee mappen per “cliënt”gegaan. Voor de doelgroep “mensen met een geheugenprobleem” is het beter om de mens te lezen in plaats van zijn/haar zorgdossier.

    Vriendelijke groet
    Peter

    BeantwoordenVerwijderen
  4. De blog "op de gang" doet mij denken aan een paar situaties waarin ik sprak over de levensloop van onze bewoners. Zo spreek ik af en toe met medewerkers die terugkomen van het afscheid nemen van bewoners tijdens een crematie of begrafenis. Vaak hoor ik hen zeggen: 'als ik dit allemaal eerder geweten had, had ik ws heel anders tegen de bewoner/bewoonster aangekeken.' Ik wist niet dat er zoveel in het leven heeft gespeelt en begrijp nu het gedrag beter. Dit besprak ik ook eens met onze bestuurder tijdens een lunch. Samen hebben we ons erover verbaast hoe dit kan. Er wordt met onze bewoners of familie van PG bewoners als zij dat willen een levensloop opgesteld. Hier komen soms goede verhalen en indrukken uit voort. Toch zie je dat als familie hun afscheidsspeech schrijft voor een overleden ouder o.d. dat er dieper nagedacht wordt en mensen meer 'naar binnen gaan' als dat ze hun ouder naar een verzorgings- of verpleeghuis brengen. Ik ga hier op korte termijn met onze geestelijk verzorger over praten. Wie weet hebben zij tips om het levensloop gesprek met een bewoner of familie anders aan te pakken, zodat er dan ook diepgang in het verslag komt en medewerkers tijdens het leven het gedrag van bewoners al beter begrijpen en niet pas als ze overleden zijn. Ik vind dat zo zonde!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hallo Gerda, dank je voor je reactie. De ervaring dat medewerkers na een uitvaart terugkomen met: "had ik dit maar geweten", herken ik en heb ik ook weleens gehoord. Het zou kunnen, zoals je schrijft, dat familie in hun afscheidsspeech dieper gaan.
      Dat legt het wat ik niet eerder wist, bij de ander.
      Ik denk dat we naar ons zelf kunnen kijken.Ons af kunnen vragen: hoe vaak heb ik verder gesproken met de bewoner over een verhaal of geschiedenis waar ik een deel van heb opgevangen? Wanneer ik dat in trainingen met deelnemers bespreek merk ik vaak dat mensen aarzelen om door te gaan op een verhaal. Hoort dat wel? Wat als iemand er verdrietig van wordt? Wil de ander er wel over door praten?
      Ik denk dat daarin een kern en een mogelijkheid zit om meer contact te maken met de ander: Het vertrouwen dat je vragen mag en de ander zelf kan zeggen: Tot hier. (bij PG zou dat ook de partner/verwant/vriend(in)kunnen zijn)Dan heb ik zelf in de hand hoe ik het verhaal van de bewoner meer en meer leer kennen.

      Groet en tot volgende week vrijdag,
      Jon

      Verwijderen
  5. Hallo Jon,

    Helemaal gelijk dat mensen vaak niet doorvragen aan bewoners of verwanten. Men is inderdaad vaak angstig of ze niet te ver gaan of dat er teveel emoties naar boven komen.

    Ik heb zin in vrijdag!

    BeantwoordenVerwijderen