zondag 28 oktober 2012

Bezoek aan Fransje deel 1

Dit is de dag na het bezoek aan Fransje. Het viel me gisteren niet mee. Dat had verschillende oorzaken. Fransje zag er onverzorgd uit. Haar haar was lang en vettig.
Ze droeg een blauw trainingsvest, dat ik nog niet eerder had gezien. Het stond haar niet slecht, maar het maakte niet goed, dat ze steeds kwetsbaarder wordt. Ze loopt niet meer, maar ze schuifelt, althans als ze alleen loopt. Haar onzekerheid dwingt haar voortdurend om te kijken waar ze loopt, waardoor ze lijkt krom te groeien. Maar het is vooral de blik in haar ogen die me zo verdrietig maakt. Het is een mengeling van onzekerheid, kwetsbaarheid, maar toch ook verwachting. Wil ze iets van me? Nadat we ons via de cijfercode naar binnen hadden gelaten en Thamar even in de lege Pimpelmees naar het toilet ging, zag ik Fransje om de hoek komen met een huisgenote. Ze waren duidelijk op zoek naar een uitgang. De jonge huisgenote sprak me aan met een verwarde en onbegrijpelijke vraag. Fransje stond erbij te kijken. Zij had haar huisgenote meegenomen richting buitendeur, maar eigenlijk vond ze de lege, hoge gangen van de Pimpelmees aantrekkelijker. Ze keek naar ons en glimlachte. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat ze ons herkent. “Dag Fransje”, zei ik, “we komen voor jou.” Ze glimlachte. Het is steeds weer opvallend hoe gemakkelijk ze zich laat overtuigen.

“Waar gaan we naar toe?”, vroeg ze. Het was duidelijk dat ze op weg was zonder te weten waar naartoe.

“We gaan eerst even naar de huiskamer”, zei ik. “Eerst even iedereen begroeten.” Als we al naar buiten wilden, hadden we voor Fransje een jas nodig en schoenen. En we wilden ook weten of ze al naar het toilet was geweest. Het viel Thamar op, dat ze haar bril niet droeg. We vroegen het aan een van de verzorgsters en die vertelde dat ze hem steeds af deed, in een papiertje verpakte om hem vervolgens in een prullenbak of afvalemmer te deponeren. Je kunt een bril niet op de neus vastbinden. Dus moesten we het noodgedwongen zo laten. Een verzorgster hielp haar naar het toilet. Toen ze terugkwamen had ze ook haar jas al aan.

Onderweg in de auto op weg naar Fransje had ik Thamar deelgenoot gemaakt van mijn aarzelingen om de kamer van Fransje binnen te lopen nu ze de kamer deelt met een huisgenoot. Ik vind het net allemaal iets te privé. Twee weken geleden, toen ik alleen op bezoek was en de jas van Fransje in haar kamer haalde, lag er bij het tweede bed een luier op de grond. Het gaf een inkijk in het persoonlijk leven van een mens dat ik niet ken en ik ook niet wil kennen. Fransjes teloorgang is me al pijnlijk genoeg. Maar mijn standpunt houdt wel in dat we nu een verzorgster moeten vragen als we iets nodig hebben uit haar kamer, zoals het boek en de kleurpotloden. Dat is vervelend, omdat we de verzorging ermee moeten belasten, maar het is niet anders.

Overigens vond Thamar het minder probleem dan ik. Ze maakte er althans niet zo’n punt van. “We kloppen”, zei ze laconiek. “We gaan pas naar binnen als we niets horen.” Dat leek me een iets te simpele voorstelling van zaken, maar ik liet het zo. Het zal zich wel regelen, dacht ik. Later op de middag toen we boek en potloden nodig hadden, besloot Thamar haar voornemen in praktijk te brengen. We hadden door een kier van de deur gezien, dat er leven op de kamer was. Ze had zich voorgesteld aan de dochter van de kamergenoot van Fransje, die Floor heette. Met haar had ze ook een praatje gemaakt. De moeder had gekeken en niets gezegd tegen de vreemde mevrouw. Toen later in de middag de dochter was vertrokken nadat ze haar moeder naar de huiskamer had gebracht, kon ik de laatste gadeslaan. Ze zat in haar rolstoel stil aan tafel met een lichte glimlach op haar lippen. Toen ik de koekjes uit de koektrommel uitdeelde en haar de trommel voorhield, pakte ze met dunne, lange vingers voorzichtig een kerstkrans uit de doos. De twee mannen aan dezelfde tafel sliepen. Dus die sloeg ik over. Alle anderen bood ik ook een koek aan toen er thee was rondgedeeld.

Dit is het eerste deel van de ervaringen van Nel Hoogmoed en haar dementerende vriendin. Nel zorgt voor haar vriendin, ook nu ze is opgenomen in een verpleeghuis. Ze maakt zich sterk voor het behoud van vrienden van langdurig zieken en hun rol in de zorg. Hierover schreef ze het boek Het is zoals het is over haar ervaringen.


Doe mee met de Inspiratiedag Samen Zorgen op 30 november in Utrecht en schrijf u nu in




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen