woensdag 31 oktober 2012

Bezoek aan Fransje deel 2

Fransje wist niet goed wat ze met haar chocoladekoek aan moest. We hadden net het boek voor haar neergelegd, zodat ze haar aandeel in de tekening kon leveren.
Ze legde de koek op het opengeslagen boek en stak haar gele kleurpotlood erin. Kennelijk dacht ze dat de koek behoorde tot het tekengereedschap. Het kostte Thamar moeite en overredingskracht om de koek in haar mond te praten. Toen ze de eerste hap had genomen, ging het beter en at ze de rest met smaak op. Ik keek ondertussen rond in de grote huiskamer om me een beeld te vormen van het leven in de Koolmees. Vandaag stond de televisie niet aan. In de hoek zat de nette meneer met het zuurstof, die bezoek had van zijn even nette echtgenote met een andere dame. Toen ik hen de trommel met koek voor de neus hield en uitlegde dat ik op het idee van de traktatie was gekomen door het kerstgebak van hen, glimlachte zij wat onzeker.

Zou ze iedere dag haar man bezoeken? Waarom zat hij hier? Wat mankeert hem buiten zijn kortademigheid? Ze zullen toch niet iemand die alleen lichamelijk gehandicapt is hier tussen al die demente mensen zetten? Maar hoe dement is hij? Of is hij meervoudig gehandicapt? Allemaal vragen die ik niet kan stellen zonder brutaal en ongemanierd te lijken. Langzaam zal het beeld ingekleurd worden, als de andere bezoekers van Fransje tenminste wat los willen laten. Het blijft een onwennige bedoening. Fransje heeft een nieuwe woonomgeving en wij, haar vrienden, tasten in het duister wie haar huisgenoten zijn. Net een verzameling kamerbewoners. Maar het verschil is natuurlijk dat kamerbewoners hun eigen leven kunnen leiden en dat Fransje en haar huisgenoten geheel afhankelijk zijn van de zorg die hen geboden wordt. Ze zitten in de huiskamer en wachten op wat komen gaat, dag in en dag uit.

Gisteren was de Vlaamse er weer en het was fijn en geruststellend om te zien hoe zij de bewoners van de Koolmees benadert. Een van de huisgenoten van Fransje, de mevrouw die wij bij het eerste bezoek aan de nieuwe woonomgeving met zachte drang bij de buitendeur hebben verwijderd, drentelt met haar moderne rollator zonder een moment te gaan zitten de huiskamer rond. Dit is niet helemaal waar, want even was ze stil, omdat ze in slaap was gevallen. Ze vraagt voortdurend aandacht van iedereen die ze tegenkomt. Ook van mij. De vorige keer sprak ze me aan met dokter nu was ik weer op mijn plek, de zuster. De Vlaamse en ik troffen elkaar toen zij deze mevrouw haar medicijnen gaf en ik een glas water. Terwijl ze naar mij glimlachte streek zij de onrustige mevrouw bemoedigend even door het haar. Mijn hart sprong open. Het zag er zo lief en toegenegen uit. Hadden alle verzorgenden maar iets meer van haar toegenegenheid. Zaten ze maar iets minder met die afschuwelijke blauwe mappen voor zich. Het benadrukt zo, dat er over de bewoners een dossier wordt bijgehouden. Dat is nodig, dat weet ik ook wel. Maar waarom moet het zo zichtbaar?


Dit is het tweede deel van de ervaringen van Nel Hoogmoed en haar dementerende vriendin. Nel zorgt voor haar vriendin, ook nu ze is opgenomen in een verpleeghuis. Ze maakt zich sterk voor het behoud van vrienden van langdurig zieken en hun rol in de zorg. Hierover schreef ze het boek Het is zoals het is over haar ervaringen.


Doe mee met de Inspiratiedag Samen Zorgen op 30 november in Utrecht en schrijf u nu in




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen