dinsdag 13 november 2012

Er kan meer voor hetzelfde geld

Stel de cliënt en de familie centraal in je strategie. Je hoort het bijna overal inmiddels. Het klinkt logisch en makkelijk. Maar hoe doe je dat in de praktijk van een complexe organisatie en hoe kun je dan ook nog financieel de boel op orde houden? De Regionale Stichting Zorgcentra de Kempen (RSZK) in de regio tussen Tilburg, Eindhoven en de Belgische grens heeft er ervaring mee.



Bestuurder Van Erp: ‘We gaan uit van een visie waarbij wij onszelf als seniorenpartner zien. Dit houdt in dat wij voor de groep senioren de partner willen zijn op het terrein van wonen, zorg en welzijn. Het begrip partner betekent meer dan het alleen maar leveren van diensten. Het houdt in dat samen gezocht wordt naar oplossingen om de kwaliteit van leven te verbeteren.
Oplossingen beginnen met het kennen van de klant en het luisteren naar de wensen en behoeften. Veelal zullen oplossingen bestaan uit een advies of een dienst maar het kan ook een combinatie van diensten en adviezen betreffen. De cliënt en de familie dienen te ervaren dat de RSZK goed voor de cliënt zorgt. Geprobeerd wordt om een pakket van diensten samen te stellen dat een oplossing biedt die het welbevinden van de cliënt verbetert. De Algemene Wet Bijzondere Ziekenkosten (AWBZ), de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de Wet Maatschappelijke Opvang (WMO) zien we als vormen van betaling, maar ze zijn niet leidend voor de vraag van de cliënt.’

Zorgtrajectbegeleiders

Een voorbeeld van toepassing van het concept van seniorenpartner betreft de inzet van zogeheten zorgtrajectbegeleiders voor cliënten met beginnende psychogeriatrische klachten.
‘Zorgtrajectbegeleiders zijn medewerkers die als een spin in het web zitten. Zij gaan praten met de cliënt, de familie en andere mensen uit het sociale netwerk van de cliënt. In samenspraak brengt de zorgtrajectbegeleider in kaart welk arrangement gewenst en mogelijk is. Daarbij kunnen een indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en de WMO een rol spelen, maar er is veel meer mogelijk. Wellicht is het een idee dat de woning van de cliënt wordt aangepast – denk aan domotica - en dat we daarvoor ook via andere bronnen financiering kunnen vinden. Wellicht ook dat de familie zelf mee wil betalen aan aanpassingen of geld wil steken in extra ondersteuning buiten de WMO en AWBZ om. En kunnen we werkafspraken maken met mantelzorgers en vrijwilligers? Wie doet wat en wanneer? Is het nodig of wenselijk dat we mantelzorgers trainen, zodat ze beter op hun taak berekend zijn. Maken we afspraken over dagbesteding in één van onze huizen of elders.
Kortom: al overleggende ontstaat een uniek plan van aanpak, waarbij de vraag en de behoefte van die cliënt het uitgangspunt is. In dat totale plan kunnen de mogelijkheden van WMO en AWBZ zijn meegenomen, maar tegelijkertijd is het blikveld veel breder en is er nadrukkelijk oog voor aanvullende financiële bronnen en voor een gestructureerde inbreng van de mensen rondom de cliënt.’

‘Zit in geen enkel pakket’

Saillant detail in dit geheel is dat de functie van zorgtrajectbegeleider niet wordt bekostigd uit de reguliere zorg financieringsvormen. ‘We hebben er nu twee en we betalen deze formatieplaatsen uit eigen zak. Die functie zit in geen enkel pakket.’ Niettemin, de RSZK merkt dat die functie wel het ei van Columbus is. Door deze centrale regie wordt steeds een passend arrangement gemaakt, waarbij de opties van AWBZ, ZVW en WMO niet leidend zijn, maar onderdeel zijn van een integrale benadering van de integrale zorg en welzijnsbehoefte. Per saldo leidt deze aanpak niet alleen tot een kostendekkend integraal aanbod, maar ook tot tevredenheid en betrokkenheid van familie en andere directbetrokkenen.

Familiezorg

Handen en voeten geven aan familiezorg. Dat is ook een belangrijk aspect in de uitwerking van de visie “seniorenpartner”. Leo van Erp: ‘Familiezorg moet een belangrijk onderdeel van onze benadering worden. Hoe versterk je het draagvlak van de zorg, zodat de familie zo gefaciliteerd wordt dat ze zelf een deel van de zorg op zich kunnen en willen nemen? Familiezorg zit in Nederland niet in de verstrekkingen. Leo van Erp is er niettemin van overtuigd dat deze aanpak doelmatiger en dus goedkoper is dan standaardoplossingen die wel als verstrekking worden geoormerkt.
‘Steeds is de vraag: wat kunnen jullie als familie doen en wat kunnen wij doen om jullie daarbij te ondersteunen? Zo hebben we pas bij een nieuwe cliënt met vrijwilligers een slaapdienst georganiseerd. Werkt uitstekend. De wil is er vaak, alleen iemand moet het oppakken.’

Er kan meer voor hetzelfde geld

In de wereld van Regionale Stichting Zorgcentra de Kempen komt door deze aanpak het steeds minder voor dat een cliënt permanent in een van de huizen van de stichting woont en daar uitsluitend door professionals van de organisatie wordt bijgestaan. De toekomst ziet de RSZK in hybride-oplossingen, waarbij de familie of – breder gezien – de gemeenschap een welomschreven verantwoordelijkheid op zich neemt.
Werkt die aanpak? Is het bedrijfsmatig verantwoord? Leo van Erp: ‘Het werkt, maar het blijft een zoektocht. Niet alles wat we doen, wordt gefinancierd. Het past niet in een hokje. Ik ben dan ook een warm voorstander van een nieuw stelsel dat ruimte geeft aan integrale oplossingen binnen de leefgemeenschap van een cliënt.’
Ze leren in Bladel overigens wel steeds beter omgaan met de beperkingen van het stelsel. ‘Het organiseren van familiezorg is in wezen een vorm van preventie. Als je het etiket ‘preventie’ er op plakt, zijn er meer financieringsmogelijkheden.’
Maar liever dan het inzetten van deze financiële ‘bypasses’ ziet Van Erp dat het stelsel anders wordt. ‘Het huidige Nederlandse zorgstelsel leidt tot passiviteit. Mensen claimen dat ze recht hebben op de AWBZ. Dat is hun goed recht, maar als je de familie en vrijwilligers een stevige plaats kan geven in het hele proces, dan kan er ineens meer voor hetzelfde geld. De huidige zorgfinanciering voor de langdurige zorg is in mijn optiek alleen gericht op kostenbeheersing, niet op kwaliteitsverbetering. Je zou van de beleidsmakers in Den Haag een ander perspectief mogen verwachten.’

Inzoomend op de zorgtrajectbegeleider

‘De huisarts vond de inzet van de zorgtrajectbegeleiders eerst maar niks. Ze zeiden: We hebben al praktijkondersteuners, wat moeten we dan aan met deze nieuwe begeleiders?’, aldus Jos van Riel, zorgtrajectbegeleider bij de RSZK. Inmiddels is het tij gekeerd en zijn de relaties tussen de zorgtrajectbegeleiders en de huisarts hecht. ‘De huisarts moet je maatje zijn, anders werkt het niet.’
Dat de huisarts anders is gaan denken, heeft alles te maken met het feit dat zorgtrajectbegeleiders psychogeriatrische cliënten én hun familie adequaat begeleiden, zodat de huisarts effectiever zijn werk kan doen.

Vertrouwen winnen

De zorgtrajectbegeleider is daarbij het aanspreekpunt voor cliënt, familie en zorgverleners in het traject. Hoe komt een psychogeriatrische cliënt terecht in het zorgtraject en wat doe je met de familie? Jos van Riel: ‘De cliënt wordt aangemeld via de huisarts, de geriater of de geheugenpoli van het ziekenhuis. In de regel bezoek ik daarna eerst de familie voor een eerste gesprek. Daarna volgt een gesprek met de cliënt. Bij zo’n eerste bezoek is mijn insteek vooral het winnen van vertrouwen. Een snel bezoek waarin ik als deskundige even een paar dingen kom regelen, werkt niet. In samenspraak met het ziekenhuis en de huisarts zetten we daarna op een rij van welke aandoeningen exact sprake is. Vervolgens wordt samen met de familie een traject uitgezet. Van belang is dat de afspraken voor de familie en voor de cliënt prettig aanvoelen. De familie neemt immers een deel van de begeleiding op zich en is dus één van onze partners.’

Iedereen zat op een ander spoor

Elk traject is anders, afhankelijk van de situatie van de cliënt en afhankelijk van wat familie en mantelzorgers willen en kunnen doen. Feit is dat in de regel de familie op basis van stevige afspraken een deel van de ondersteuning op zich neemt, geruggensteund door de zorgprofessionals in het traject.
Opvallend is dat de band van de zorgtrajectbegeleider met de familie zo sterk kan zijn dat – zeker in het begin – soms meer tijd en energie in de familie dan in de cliënt wordt gestoken.
Jos van Riel: ‘Ik heb bijvoorbeeld een cliënt gehad met zeven kinderen. Elk van de kinderen dacht dat ze het juiste deden voor hun moeder, maar ze zaten elk op een ander spoor. Voor een cliënt is zoiets een bron van onzekerheid die tot steeds meer isolement kan leiden. Voor de familie is het een puzzel: wat is goed en wat is niet goed? Ik breng dat samen met de familie in kaart.’

Begrepen voelen

Dit leidt tot een zorgtraject dat exact op maat van de cliënt en de familie is gemaakt. De inzet van de Regionale Stichting Zorgcentra de Kempen en van andere zorgverleners is binnen dat traject gedoseerd, zodat alleen dat gedaan moet worden wat ook echt nodig is. Jos van Riel: ‘Er is immers niets zo erg dan de regie van je denken en handelen helemaal uit handen te moeten geven.’ Resultaat is dat cliënt en familie zich goed begrepen voelen en dat de kosten van een zorgtraject dekkend zijn.

Al 15 jaar positieve resultaten

De Kempen in Brabant is het werkgebied van de Regionale Stichting Zorgcentra de Kempen (RSZK): ouderenzorg op het gebied van wonen zorg en welzijn.
Trots wijst bestuurder Leo van Erp in de gang van het hoofdkantoor in Bladel op nieuwe complexen die zijn organisatie aan het neerzetten is. Leo van Erp voelt zich een ondernemer. ‘Zeggen dat we in een non-profit sector werken, is onzin. Een positief resultaat is winst, die in tegenstelling tot het reguliere bedrijfsleven niet uitgekeerd wordt in bonussen of aan aandeelhouders maar in nieuwe mogelijkheden voor zorg en begeleiding  zoals tilliften of in slimme ICT.
De specifieke benadering van de Regionale Stichting Zorgcentra de Kempen (1.800 medewerkers) heeft inmiddels geleid tot een eigen vermogen van 30% op een omzet van 52 miljoen euro. Niet gek voor een organisatie waarvan de bestuurders hun werk zien als een permanente zoektocht. ‘We zijn voortdurend op zoek naar nieuwe constructies en naar bondgenoten, zoals gemeenten en andere partijen die begrijpen dat onze manier van werken nieuwe impulsen geeft aan de lokale gemeenschapszin.’ Meer over In voor zorg.
Leo van Erp komt meer vertellen over de instrumenten die het Samen Zorgen met professionals, familie en vrijwilligers kunnen helpen op de Inspiratiedag Samen Zorgen op 30 november. Stel uw vragen aan hem en schrijf u nu in voor de dag.


Doe mee met de Inspiratiedag Samen Zorgen op 30 november in Utrecht en schrijf u nu in

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen