woensdag 17 april 2013

Hiernah: José

Op de bijzondere blog Hiernah van José, Erika en hun kinderen vertellen ze hoe het is om te leven met NAH, dat José sinds 10 jaar 'heeft'. Met deze site willen zij iedereen een kijkje laten nemen in het leven van één van de vele gezinnen die te maken hebben met de gevolgen - zichtbaar en onzichtbaar - van Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH). Deze tekst is van José. 

Ik kan willen
Ik wil kunnen
Maar tussen willen en kunnen
Zitten te veel verschillen


Ooit beschreef ik mijn zoektocht (en frustratie) met deze vier kinderlijk eenvoudige zinnen. Nog altijd schieten ze geregeld door mijn hoofd. Op momenten waarop ik me zielsgelukkig voel… De momenten wanneer willen en kunnen samenkomen. Op momenten waarop ik me ellendig voel, niet nuttig of zelfs overbodig… De momenten wanneer willen en kunnen ver uit elkaar liggen. Wanneer ik mijn beperkingen ervaar.

Wat wil ik?
(Te) lang heb ik het kunnen in dienst gesteld van het willen. Het uitgangspunt was dan: Wat wil ik? En dan startte de zoektocht naar de wijze waarop ik dit dan zou kunnen. Willen kunnen dus. Hersenletsel laat zich echter niets opdringen. Maar al te vaak hoor/lees ik over revalidatie/herstel als zou dat alleen lukken als je echt graag wil. “Ik wilde dit zo graag, daarom is het gelukt en kan ik nu weer…” of “Het was keihard vechten, maar mijn wil was zo groot, dat het gelukt is, daarom kan ik nu weer…”, enzovoort.

Ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt, dat het helemaal niets met willen te maken heeft. Het kan of het kan niet. De mogelijkheden voor herstel zijn er of zijn er niet. Punt. De wil zou het hooguit kunnen bespoedigen, maar zou er net zo goed voor kunnen zorgen dat door bijvoorbeeld overbelasting het herstel juist zou vertragen.

Ik zou me dus niet de vraag moeten stellen: “Wat wil ik?”, maar “Wat kan ik?”

Wat kan ik?
Hoe kan ik het willen in dienst stellen van het kunnen? Wil ik het willen in dienst stellen van het kunnen?? Ik heb geen keuze. Mijn hoofd geeft me geen ruimte om het anders te doen.
Door de ervaringen van de afgelopen jaren en uiteraard het revalidatietraject, waarbij ik vooral inzicht heb gekregen in de belastbaarheid en de (on)mogelijkheden, lijk ik steeds beter te weten wat ik kan en onder welke voorwaarden.

Deze vernauwing van mijn keuzemogelijkheden confronteert mij op pijnlijke wijze natuurlijk ook met mijn onmogelijkheden. Pijnlijk, omdat mijn willen zich vooral in dat gebied afspeelt. Met Erika en de kinderen spontaan iets leuks doen. Naar de film. Uit eten. Een dag met vrienden of familie. Mijn kinderen zien (en horen) optreden. En zo kan ik nog wel even doorgaan… (Ik heb het dan nog niet eens over mijn maatschappelijke rol, laat staan mijn participerende rol als “hard werkende Nederlander”).

Hierin ervaar ik mijn beperkingen. Ik wil iets, maar kan het niet. (Dat is dus iets totaal anders dan: ik kan iets, maar wil het niet! – Een gedachte die vaak bij me opkomt als ik de heren politici hoor spreken over mensen die niet meedoen [lees: werken]. Het is niet (altijd) een kwestie van willen, maar van (niet) kunnen).

Mijn Willen en Kunnen liggen vaak (ver) uit elkaar. Aan mij om die twee grootheden samen te brengen.. Willen en Kunnen.
Het kunnen ligt (nagenoeg) vast. Het willen is flexibel. Dat heb ik de laatste jaren al wel verschillende keren ervaren. De zoektocht gaat dus verder… in een andere richting (met een ander kapsel ook ;-) ). Een zoektocht naar hoe ik het (kunnen) zou willen...

De uitdrukking “Waar een wil is, is een weg”, lijkt me dan ook aan vervanging toe. Mijn idee:

"Waar m’n weg is, is een wil!”

Buen Camino!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen